zondag 22 november 2020

Een hoogfunctionerend depressionist

Mijn depressie tors ik al jaren met mij mee. Ik ben heel erg goed in depressief zijn, zeg ik weleens gekscherend. De bittere realiteit is dat ik waarschijnlijk behept ben met een genetische kwetsbaarheid. Tja, de ene is heel goed in hardlopen, de ander dus in depressief zijn. Of niet zo goed in gelukkig zijn, het is maar net hoe je het bekijkt.

Gelukkig ben ik dan wel weer een hoogfunctionerend depressionist. Ik heb weliswaar enkele jaren ziek thuis gezeten, maar ik ben alweer een tijdje aan het werk. Ik durf te zeggen dat ik redelijk stabiel ben. Ik doe alles wat de maatschappij van mij verwacht, ik zorg voor mijn kinderen, ik werk, onderhoud mijn sociale contacten. Kortom, ik functioneer als mens. Zo op het oog is er niks aan de hand, toch? 

Maar naast die functionerende kant, die ook zeker écht is, staat een donkere, zware ik. Een ik die mijn gedachten steeds de negatieve kant op stuurt, die mij altijd aan mijzelf doet twijfelen. De donkere kant is een soort stroop, waardoor ik mijzelf moeilijk 'aan' kan zetten en niet tot dingen kom. Het is ook een getinte bril, waardoor ik de wereld lelijker zie dan hij in werkelijkheid is. En die donkere kant doet nog veel meer dan ik in woorden uit kan drukken. Alles bij elkaar zorgt ervoor dat het dagelijks leven voor mij niet vanzelf gaat. Ik moet voor alle stappen vechten om ze te kunnen zetten. 

Het verschil tussen de succesvolle kant en de donkere kant is soms lastig te verdragen. Ze zijn allebei ik, maar door het grote verschil lastig te verenigen. Want hoe kan ik functioneren als ik me zo slecht voel en hoe kan ik me zo voelen als ik zo goed functioneer? Ik ben geneigd om verstoppertje te gaan spelen. Als de functionerende ik voorop staat, verstop ik me voor de zware kant, doe ik alsof die niet bestaat. En als de zware ik aanwezig is, kan ik me niet voorstellen dat de functionerende kant nog bestaat. 

Dus nu ga ik een zoektocht aan. Waar zit dat plekje waar beide ikken elkaar kunnen ontmoeten? Hoe kunnen deze beide kanten zich verhouden tot elkaar, respect hebben voor elkaar en elkaar de ruimte laten? Het antwoord heb ik nog niet, maar ik ga de zoektocht aan. 

zondag 8 november 2020

Ik heb niet de kracht, ik móet

 

Een terugval, een gigantische terugval. Door een hele nare situatie gaat het slecht met me. Het voelt alsof ik weer terug ben bij af, bij waar ik ooit startte op de bodem van de put. 

Ik doe alles wat ik moet doen: Ik sta elke dag op tijd op en ga op tijd naar bed. Ik eet redelijk fatsoenlijk, zorg dat ik elke dag naar buiten ga en in beweging blijf. Ik zoek contact met mensen om mij heen en vraag om hulp. Ik slik extra pillen, ook al heb ik een hekel aan pillen. Ik doe alles wat er in een gemiddeld crisissignaleringsplan staat. En ik haat het. 

Ik doe, zoals altijd, mijn uiterste best om alles goed te doen. Terwijl in mijn bed liggen, verzorgd worden, of liever nog: verdwijnen, het enige is dat ik nu zou willen. Ik wil niet meer dat het beter gaat, ik wil opgeven. Ik ben zo moe van altijd maar mijn best doen en alles goed doen. 

Mensen vinden mij dapper dat ik zo doorzet. Ze vinden mij knap dat ik alles zo goed aanpak. Ik krijg bewonderende woorden dat ik zo goed kan verwoorden wat er in mijn hoofd omgaat. Maar dat wíl ik helemaal niet. Ik wil het hoopje ellende en wanhoop kunnen zijn dat ik me voel. Maar dat mag ik niet van mezelf, want ik moet alles goed doen. Ik móet goed voor mezelf zorgen en zo mezelf weer op de been helpen. En zo zet ik mezelf klem, ik kan geen kant op. 

Ik zie wat het me oplevert, mijn leven gaat door, het helpt me hopelijk om ook weer uit deze put te komen. Verstandelijk weet ik dat het goed is wat ik doe, maar mijn gevoel zegt dus iets anders. Dus nu ga ik op zoek naar hoe ik mijn verstand en gevoel beiden de ruimte kan geven die ze nodig hebben, zodat ik uiteindelijk weer een midden vind tussen willen en moeten.

 

zondag 25 oktober 2020

Ik ben anders

Al vanaf mijn jongste jeugd pas ik niet in de groep. Op school niet, op sporten niet, altijd voelde ik me een buitenstaander. Net als alle mensen had ik de behoefte om ergens bij te horen, maar ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Ik deed mijn uiterste best om erbij te horen, maar het lukte niet. Ik was eenzaam. 

Als puber is het ontzettend belangrijk om ergens bij te horen. In die periode ontwikkel je je eigen identiteit en dat doe je onder andere door je te vereenzelvigen met een groep en je tegen andere groepen en je ouders af te zetten. Ik kwam in die periode met een groepje outcasts in een vriendinnenclubje. Leuke, aardige meiden en we hoorden er allemaal niet echt bij. En ook dat clubje viel uit elkaar en weer hoorde ik nergens bij. 

Ergens heb ik altijd het vertrouwen gehad dat het nog wel goed zou komen. Dat volwassenen 'volwassen' zouden zijn en ook de mensen die anders dan gemiddeld zijn accepteren. Inmiddels kan ik concluderen dat dat niet zo is. 

Ik weet niet waarom ik anders ben. Is het mijn houding, mijn uitstraling, mijn directheid, mijn slimheid? Zijn het alle copingstrategieën die ik opgedaan heb door de jaren? Het is waarschijnlijk het hele pakketje. 


Ik ben anders
dan de meesten
Zij zijn anders 
Dan ik

Ik pas er niet tussen
Hoor er niet bij
En
Ben alleen

Na jaren proberen 
Geef ik op

En zoek ik anderen
Die anders zijn 
Dan zijn we samen anders


Ik geef het op. Ik ga niet meer proberen om er bij te horen. In ieder geval niet meer bij het 'gemiddelde', bij de 'normalen'. Over de jaren heb ik om mij heen een groepje fijne mensen gevonden die mij kunnen waarderen voor wie ik ben, inclusief mijn 'anders-zijn'. Ik ga me op die fantastische, lieve mensen focussen en de rest... dat is de rest.