maandag 10 februari 2020

In de rode stoel

Daar zit ze, helemaal opgevouwen in de rode stoel. Blik strak op de grond gericht, helemaal stil. Een bubbel van onmogelijkheid om haar heen. Ze hoort de woorden van haar therapeut, maar kan niet meer reageren. Het beeld schokt en als ze haar ogen dicht doet voelt het alsof ze in een achtbaan zit. Ze weet dat het een dun lijntje is om te lopen, ze kan er elk moment af vallen in het niets. Ogen open, proberen te luisteren en het contact met de omgeving te houden, dat is alles wat ze nog kan doen.

Zo stil als haar lijf is, zo druk is het in haar hoofd. Gedachten stuiteren rond, maar ze gaan te hard om te vangen. Ze trekt zich terug in een klein hoekje in haar hoofd, waar het nog een beetje veilig is. Ze weet dat het lastig is, haar therapeut zoekt naar een ingang om het contact te herstellen. De woorden komen nog maar half binnen en zijn een rots om zich aan vast te klampen. 

Ondertussen vraagt ze zich af waarom ze niks zegt. Ze kan toch praten? Waarom doet ze het dan niet? Wil ze misschien dat de therapeut zich zorgen maakt, moeite voor haar doet? Waarom zegt ze niks? In gedachten reageert ze op de vragen, maar de woorden bereiken nooit haar lippen. Ze probeert te ontsnappen uit haar gedachten, iets te verzinnen dat ze wel kan zeggen, anders dan al die dingen die door haar hoofd spoken, maar niet uitgesproken kunnen worden. 

Uiteindelijk vormen zich woorden in haar mond, met een schorre, zachte stem. Met die woorden vangt ze de gedachten die als stuiterballen door haar hoofd gaan. Ze klimt weer uit dat kleine hoekje in haar hoofd, waar ze veilig was, maar opgesloten zat. Terug naar de ruimte en de lucht. Langzaam komt ze weer in beweging, kan ze weer een beetje praten. Voorzichtig tast ze de gevangen gedachten af, beschouwt ze en draait ze om en om en om. Wat ze kan delen deelt ze, de rest bergt ze zorgvuldig op in een hoekje van haar brein. Misschien voor de volgende keer. 

Haar lijf ontspant, het beeld staat weer stil, ze is er weer. 

maandag 3 februari 2020

De cliënt als therapeut


Al eerder schreef ik over de moeilijkheden om als therapeut zelf in therapie te gaan. Maar sinds ik weer werk ben ik niet alleen een therapeut in therapie, maar ook een cliënt die therapie geeft. Toen ik net begon was ik heel bang dat ik het niet zou kunnen door mijn eigen problemen, dat de problemen van mijn cliënten te dicht bij zouden komen en ik ze daardoor niet kon helpen. Het is niet zo dat er, als ik werk, een stand-by knop op de depressie zit.

Hoewel mijn cliënten over het algemeen een stuk jonger zijn dan ik (tot ca. 18 jaar), hebben zij regelmatig problemen die raken aan mijn eigen problemen, nu of uit mijn jeugd. Zo komen bij mij kinderen die gepest worden of werden en die daar heel veel verdriet en pijn van hebben. Of er komt een jongere met een depressie die qua uiting lijkt op hoe ik depressie ervaar. Dan kan het zomaar zo zijn dat ik mij geraakt voel door wat zij meemaken en dat er een soort verwarring bij mij ontstaat wat nu mijn probleem is en wat nu hun probleem is. Mijn cliënten hebben er niks aan als ik hun ga behandelen voor de problemen die ik ervaar, integendeel, dat kan zeer schadelijk zijn! Daarom is het belangrijk dat ik veel reflecteer op mijn eigen handelen, het liefst met een collega. Dat kan mij helpen het onderscheid te maken tussen hun en mijn problemen. Dan kan ik de cliënt goed te blijven zien, niet al te gekleurd door mijn eigen achtergrond.

Hierbij vind ik het wel eens lastig dat mijn collega’s niet op de hoogte zijn van mijn depressie. Ik kan niet met hun delen dat ik de uitspraken van cliënt A zo herken en maar moeilijk kan relativeren, omdat ik het ook zo voel. Ik durf geen steun te vragen als cliënt B vertelt over wat hij meegemaakt heeft en dat oude pijn bij mij triggert. Daardoor voel ik me wel eens eenzaam in mijn werk. Natuurlijk zijn er overwegingen, waaronder deze, om het wel aan mijn collega’s te vertellen, maar daar ben ik nog niet aan toe.

Ook cliënt zijn heeft gelukkig ook voordelen. Ik kan soms ook heel goed begrijpen wat zij meemaken, want ik heb vergelijkbare dingen meegemaakt. Ik weet hoe het is om aan de andere kant van de tafel te zitten, afhankelijk te zijn van een therapeut en mijn hele hebben en houwen bloot te leggen. Ik weet hoe het is om onbewust, vanuit angst, te manipuleren en te ontwijken, waardoor het werkelijke probleem een beetje bedekt blijft. Ik heb ervaren hoe het is om door de hel te gaan. En daardoor kan ik niet alleen begrip hebben, maar ook een beetje begrijpen. Het helpt mij om door de façade heen te prikken naar de diepere laag.

Als ik goed in het vizier houd wat van mij is en wat van een ander, geloof ik dat mijn ervaring als cliënt mij een betere therapeut maakt.

dinsdag 14 januari 2020

Wil je me troosten?


een arm om me heen
hou me vast
mijn hoofd op jouw schouder
laat niet los, tot ik je loslaat

laat me maar huilen
Tranen 
als rivieren over mijn wangen
Vormen een zee in mijn schoot 

Wees maar stil
En heb geduld
Hoor mijn groot verdriet
Galmen tussen de bergen van het niets

je hart met mij delen
Samen de pijn
we kunnen het dragen
Even versmelten, totdat het weer gaat 

Wil je me troosten?