zondag 31 januari 2021

Geborgen

 


Twee armen als een stola
Omhullend
vertrouwd

Wiegen langzaam
Het getergde lijf
en gebroken geest

Sturen de pijn
Ver weg van hier

Warm en zacht
Tot er niks meer is dan 
Veilig voelen
Geborgen

zondag 22 november 2020

Een hoogfunctionerend depressionist

Mijn depressie tors ik al jaren met mij mee. Ik ben heel erg goed in depressief zijn, zeg ik weleens gekscherend. De bittere realiteit is dat ik waarschijnlijk behept ben met een genetische kwetsbaarheid. Tja, de ene is heel goed in hardlopen, de ander dus in depressief zijn. Of niet zo goed in gelukkig zijn, het is maar net hoe je het bekijkt.

Gelukkig ben ik dan wel weer een hoogfunctionerend depressionist. Ik heb weliswaar enkele jaren ziek thuis gezeten, maar ik ben alweer een tijdje aan het werk. Ik durf te zeggen dat ik redelijk stabiel ben. Ik doe alles wat de maatschappij van mij verwacht, ik zorg voor mijn kinderen, ik werk, onderhoud mijn sociale contacten. Kortom, ik functioneer als mens. Zo op het oog is er niks aan de hand, toch? 

Maar naast die functionerende kant, die ook zeker écht is, staat een donkere, zware ik. Een ik die mijn gedachten steeds de negatieve kant op stuurt, die mij altijd aan mijzelf doet twijfelen. De donkere kant is een soort stroop, waardoor ik mijzelf moeilijk 'aan' kan zetten en niet tot dingen kom. Het is ook een getinte bril, waardoor ik de wereld lelijker zie dan hij in werkelijkheid is. En die donkere kant doet nog veel meer dan ik in woorden uit kan drukken. Alles bij elkaar zorgt ervoor dat het dagelijks leven voor mij niet vanzelf gaat. Ik moet voor alle stappen vechten om ze te kunnen zetten. 

Het verschil tussen de succesvolle kant en de donkere kant is soms lastig te verdragen. Ze zijn allebei ik, maar door het grote verschil lastig te verenigen. Want hoe kan ik functioneren als ik me zo slecht voel en hoe kan ik me zo voelen als ik zo goed functioneer? Ik ben geneigd om verstoppertje te gaan spelen. Als de functionerende ik voorop staat, verstop ik me voor de zware kant, doe ik alsof die niet bestaat. En als de zware ik aanwezig is, kan ik me niet voorstellen dat de functionerende kant nog bestaat. 

Dus nu ga ik een zoektocht aan. Waar zit dat plekje waar beide ikken elkaar kunnen ontmoeten? Hoe kunnen deze beide kanten zich verhouden tot elkaar, respect hebben voor elkaar en elkaar de ruimte laten? Het antwoord heb ik nog niet, maar ik ga de zoektocht aan. 

zondag 8 november 2020

Ik heb niet de kracht, ik móet

 

Een terugval, een gigantische terugval. Door een hele nare situatie gaat het slecht met me. Het voelt alsof ik weer terug ben bij af, bij waar ik ooit startte op de bodem van de put. 

Ik doe alles wat ik moet doen: Ik sta elke dag op tijd op en ga op tijd naar bed. Ik eet redelijk fatsoenlijk, zorg dat ik elke dag naar buiten ga en in beweging blijf. Ik zoek contact met mensen om mij heen en vraag om hulp. Ik slik extra pillen, ook al heb ik een hekel aan pillen. Ik doe alles wat er in een gemiddeld crisissignaleringsplan staat. En ik haat het. 

Ik doe, zoals altijd, mijn uiterste best om alles goed te doen. Terwijl in mijn bed liggen, verzorgd worden, of liever nog: verdwijnen, het enige is dat ik nu zou willen. Ik wil niet meer dat het beter gaat, ik wil opgeven. Ik ben zo moe van altijd maar mijn best doen en alles goed doen. 

Mensen vinden mij dapper dat ik zo doorzet. Ze vinden mij knap dat ik alles zo goed aanpak. Ik krijg bewonderende woorden dat ik zo goed kan verwoorden wat er in mijn hoofd omgaat. Maar dat wíl ik helemaal niet. Ik wil het hoopje ellende en wanhoop kunnen zijn dat ik me voel. Maar dat mag ik niet van mezelf, want ik moet alles goed doen. Ik móet goed voor mezelf zorgen en zo mezelf weer op de been helpen. En zo zet ik mezelf klem, ik kan geen kant op. 

Ik zie wat het me oplevert, mijn leven gaat door, het helpt me hopelijk om ook weer uit deze put te komen. Verstandelijk weet ik dat het goed is wat ik doe, maar mijn gevoel zegt dus iets anders. Dus nu ga ik op zoek naar hoe ik mijn verstand en gevoel beiden de ruimte kan geven die ze nodig hebben, zodat ik uiteindelijk weer een midden vind tussen willen en moeten.

 

zondag 25 oktober 2020

Ik ben anders

Al vanaf mijn jongste jeugd pas ik niet in de groep. Op school niet, op sporten niet, altijd voelde ik me een buitenstaander. Net als alle mensen had ik de behoefte om ergens bij te horen, maar ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Ik deed mijn uiterste best om erbij te horen, maar het lukte niet. Ik was eenzaam. 

Als puber is het ontzettend belangrijk om ergens bij te horen. In die periode ontwikkel je je eigen identiteit en dat doe je onder andere door je te vereenzelvigen met een groep en je tegen andere groepen en je ouders af te zetten. Ik kwam in die periode met een groepje outcasts in een vriendinnenclubje. Leuke, aardige meiden en we hoorden er allemaal niet echt bij. En ook dat clubje viel uit elkaar en weer hoorde ik nergens bij. 

Ergens heb ik altijd het vertrouwen gehad dat het nog wel goed zou komen. Dat volwassenen 'volwassen' zouden zijn en ook de mensen die anders dan gemiddeld zijn accepteren. Inmiddels kan ik concluderen dat dat niet zo is. 

Ik weet niet waarom ik anders ben. Is het mijn houding, mijn uitstraling, mijn directheid, mijn slimheid? Zijn het alle copingstrategieën die ik opgedaan heb door de jaren? Het is waarschijnlijk het hele pakketje. 


Ik ben anders
dan de meesten
Zij zijn anders 
Dan ik

Ik pas er niet tussen
Hoor er niet bij
En
Ben alleen

Na jaren proberen 
Geef ik op

En zoek ik anderen
Die anders zijn 
Dan zijn we samen anders


Ik geef het op. Ik ga niet meer proberen om er bij te horen. In ieder geval niet meer bij het 'gemiddelde', bij de 'normalen'. Over de jaren heb ik om mij heen een groepje fijne mensen gevonden die mij kunnen waarderen voor wie ik ben, inclusief mijn 'anders-zijn'. Ik ga me op die fantastische, lieve mensen focussen en de rest... dat is de rest.

zondag 23 augustus 2020

Ze worden ouder

Mijn kinderen worden ouder. Ze zitten inmiddels allebei in de middenbouw van de basisschool, kunnen lezen en begrijpen steeds meer van de wereld. Ze hebben juffen en meesters, vriendjes en vriendinnetjes en gaan naar hun eigen hobby's en sporten. Ze ontwikkelen een eigen, unieke smaak in muziek en kleding. Hun wereld wordt groter en mijn invloed wordt kleiner. Doordat hun wereld groter wordt, zien ze ook meer hoe het er in andere gezinnen aan toe gaat. Dat sommige kinderen meer mogen en andere kinderen minder en dat alle mama's en papa's anders zijn.

Het begint ze op te vallen dat ik, in tegenstelling tot veel andere mama's, in de middag regelmatig in bed kruip. Dat vinden ze nu eigenlijk ook wel een beetje vreemd en onhandig. Ze willen het liefst de hele dag elke seconde mijn aandacht, dus als ik in bed lig is dat niet gezellig. En waarom ben ik zo moe dat ik 's middags moet slapen en andere mama's niet? Ik weet niet of er nog meer zaken zijn die ze opvallen. Overdag gaan slapen is natuurlijk duidelijk ander gedrag dan wat de gemiddelde volwassene doet. Maar wat voor 'ander' gedrag vertoon ik nog meer. Zien de kinderen dat ook? 

Als ik er over nadenk vermoed ik dat de kinderen verdere gedragingen niet bewust meemaken. Ik ben, net als iedereen, een optelsom van heel veel verschillende eigenschappen. Tussen al die verschillende eigenschappen zitten ook de depressieve kenmerken. Maar deze staan (in ieder geval op dit moment) niet dusdanig op de voorgrond dat ze zomaar te onderscheiden zijn. 

Dit leidt mij weer tot de vraag wat nu het juiste moment is om de kinderen (iets) te vertellen over 'mijn' depressie. Tot nu toe is mijn conclusie altijd geweest dat de tijd nog niet rijp was. Ze zijn nog te jong, kunnen het nog niet begrijpen, ik wil ze niet belasten met mijn problemen, redenen genoeg. Inmiddels zijn ze dus een stukje ouder, maar nog steeds wel erg jong. Het zijn heel empathische kinderen die graag voor anderen willen zorgen. Ik wil niet dat de rollen gaan omdraaien, dat de kinderen de behoefte voelen, zich genoodzaakt voelen om voor mij te zorgen. Anderzijds zal hun gevoeligheid er ook toe leiden dat ze toch wel door hebben dat er iets niet klopt, maar doordat ik ze niks vertel begrijpen ze het niet. Hierdoor kan juist verwarring ontstaan.

Ik weet niet wat wijsheid is, ik kom er niet uit. Ik wil het beste voor mijn kinderen, maar er is niet één goed antwoord in dit verhaal. Wie weet komen de kinderen eerdaags wel met vragen en is dat een goede aanleiding om iets meer te vertellen. Voor nu parkeer ik het nog maar even.

 

zondag 9 augustus 2020

Veiligheid

In therapieland is het woord 'veiligheid' een veel gebezigd woord. Je moet je veilig voelen bij je therapeut om te kunnen vertellen wat je denkt en voelt. Maar wat is veilig voelen nou precies? Wanneer voel je je veilig en wanneer niet en hoe weet je dat dan? 

Ik heb er zelf veel mee gestoeid en het is nog regelmatig onderwerp van gesprek in therapie. Voor mij heeft veiligheid in therapie veel te maken met vertrouwen. Ik voel mij veilig als ik erop durf te vertrouwen dat mijn therapeut mij serieus neemt, mij niet uitlacht. Ik wil weten dat ik niet weggestuurd word als ik een keer iets verkeerd zeg, dat ik er mag zijn met al mijn gewoonten, goede en slechte.
Ook authenticiteit is voor mij heel belangrijk. Ik wil er vanuit kunnen gaan dat mijn therapeut eerlijk en open is tegen mij en dat ze geen verborgen agenda heeft. Dit is een lastig punt, want hoe kom ik er achter of dit écht zo is? Tenslotte kan iedereen wel zeggen dat 'ie eerlijk is, maar dat maakt het nog niet waar. 

Vertrouwen en veiligheid moet groeien, het is er niet van de ene op de andere dag. Voor mij kost(te) dat groeien van vertrouwen veel energie. In het verleden is mijn vertrouwen vaak beschaamd, en dan in het bijzonder door hulpverlening die er niet voor mij kon of wilde zijn. Dus elke therapeut staat voor mij sowieso één - nul achter.
Wat mij heeft geholpen is dat mijn therapeut heel consistent is geweest. Over het algemeen zegt ze wat ze doet en doet ze wat ze zegt. Ik kan haar niet betrappen op tegenstrijdigheden in wat ze zegt. Ook mag ik boos op haar zijn, dwars zijn en eigenwijs doen, ik mag nog steeads terugkomen.

Maar dat betekent nog niet dat ik haar dus vertrouw. Want mijn verleden zit me dwars. Ik ben geneigd achter elk gebaar, elke gezichtsuitdrukking, elk woord iets te zoeken. Als iets op meerdere manieren te interpreteren is, kies ik snel de meest negatieve mogelijkheid. Communicatie is helaas nooit eenduidig, dus er ontstaat met enige regelmaat een kleiner of groter misverstand. In het begin durfde ik daar niks over te zeggen en liep ik tijden rond met een ongemakkelijk, angstig gevoel. Na een tijdje zakte dat wel weer, maar echt de diepte ingaan lukte vaak niet. Nu, na een aantal járen, kan ik er met haar over praten als iets in mijn hoofd een eigen leven gaat leiden. Dat betekent niet dat de angst weg is, maar ik kan het beter hanteren. Misverstanden zullen er altijd blijven, en hoewel die misverstanden veel spanning oproepen geeft het me ook een kans. Het geeft me de kans om te oefenen met meer vertrouwen, me veiliger te leren voelen.

Doordat het steeds beter lukt om erop te vertrouwen dat het goed is, kan ik steeds verder de diepte in binnen de therapie. En uiteindelijk zal ik er wel komen...

zondag 10 mei 2020

Als een raaf

Gitzwart als een raaf 
en de nacht
Zonder sterren

Gitzwart is het duister 
Geen sprankje licht                                      
Geen hoop

Gitzwart in mijn hoofd
En de strijd 
Zonder einde

Gitzwart en mijn ogen
Zonder kansen
Zien niets dan

Gitzwart

zondag 26 april 2020

Taal is mijn voertuig en valkuil


Taal is mijn ding, altijd al geweest. Als jong kind schreef ik al dagboeken en toneelstukken, opstel schrijven was mijn favoriete vak. Door de jaren heen schreef ik soms meer, soms minder, maar ik ben altijd blijven schrijven. 

In het begin van mijn depressie begon ik weer frequent te schrijven, voor mezelf en later in mijn blog. Schrijven en taal werd steeds meer een onderdeel van mijn behandeling. Door te schrijven relativeer ik, diep ik uit, zet ik mijn gedachten op een rijtje en uit ik mijn pijn. Regelmatig deel ik wat ik schrijf met mijn behandelaar, waarin ik uitwerk wat we in therapie hebben besproken, maar soms ook hele andere dingen. Als ik een probleem in de juiste woorden heb gevat kan dan begrijpt niet alleen mijn behandelaar mij beter, maar begrijp ik mijzelf ook beter. Het is voor mij een wezenlijke aanvulling op de sessies.

Door een fictief verhaal te schrijven, alsof het over iemand anders gaat, kan ik onderwerpen en situaties aanroeren die ik niet zomaar kan of durf te bespreken. Door het op deze manier op te schrijven kan ik een veilige afstand houden, waarna ik in therapie steeds een stapje dichterbij kan komen. Het creëert een opening tot gesprek voor onderwerpen waar ik anders niet over in gesprek kan komen.  

Taal is ook mijn valkuil. Hoe goed woorden ook kunnen helpen, ze kunnen een gevoel nooit precies uitdrukken. Met taal kan ik emoties cognitief beschrijven en daarmee verdriet en boosheid op een afstand houden en voorkomen dat ik het écht voel en beleef. Ik kan er over redeneren met mijn verstand, maar het blijft in mijn verstand. Het komt nooit uit bij mijn kern. Daarmee is taal ook een onderdeel van mijn masker. Ik kan door te praten de controle houden over het gesprek, het onderwerp en mijn emoties. Ik kan alles wegrationaliseren waardoor ik niet meer hoef te luisteren naar mijn lichaam.

Toch kan taal als masker, als bescherming ook heel functioneel zijn. Niet op elk moment hoef ik alles te voelen en ervaren, soms is het fijn en nuttig om dat even uit te kunnen zetten, zodat ik door kan als ik door móet. Maar zoals alles in dit leven draait het om balans… maar daar is dan weer geen gebruiksaanwijzing voor…