Deze blog gaat over mij, mijn depressie en het moederschap. Dit is mijn persoonlijke ervaring. Iedereen ervaart een depressie op zijn eigen unieke manier. Mijn manier om er mee om te gaan is dan ook persoonlijk. Wie weet heb je er wat aan, maar gebruik het niet als vervanger van therapie. Zoek voor een hulp een gekwalificeerde therapeut in je omgeving.
zondag 31 januari 2021
Geborgen
zondag 22 november 2020
Een hoogfunctionerend depressionist
Mijn depressie tors ik al jaren met mij mee. Ik ben heel erg goed in depressief zijn, zeg ik weleens gekscherend. De bittere realiteit is dat ik waarschijnlijk behept ben met een genetische kwetsbaarheid. Tja, de ene is heel goed in hardlopen, de ander dus in depressief zijn. Of niet zo goed in gelukkig zijn, het is maar net hoe je het bekijkt.
Gelukkig ben ik dan wel weer een hoogfunctionerend depressionist. Ik heb weliswaar enkele jaren ziek thuis gezeten, maar ik ben alweer een tijdje aan het werk. Ik durf te zeggen dat ik redelijk stabiel ben. Ik doe alles wat de maatschappij van mij verwacht, ik zorg voor mijn kinderen, ik werk, onderhoud mijn sociale contacten. Kortom, ik functioneer als mens. Zo op het oog is er niks aan de hand, toch?
Maar naast die functionerende kant, die ook zeker écht is, staat een donkere, zware ik. Een ik die mijn gedachten steeds de negatieve kant op stuurt, die mij altijd aan mijzelf doet twijfelen. De donkere kant is een soort stroop, waardoor ik mijzelf moeilijk 'aan' kan zetten en niet tot dingen kom. Het is ook een getinte bril, waardoor ik de wereld lelijker zie dan hij in werkelijkheid is. En die donkere kant doet nog veel meer dan ik in woorden uit kan drukken. Alles bij elkaar zorgt ervoor dat het dagelijks leven voor mij niet vanzelf gaat. Ik moet voor alle stappen vechten om ze te kunnen zetten.
Het verschil tussen de succesvolle kant en de donkere kant is soms lastig te verdragen. Ze zijn allebei ik, maar door het grote verschil lastig te verenigen. Want hoe kan ik functioneren als ik me zo slecht voel en hoe kan ik me zo voelen als ik zo goed functioneer? Ik ben geneigd om verstoppertje te gaan spelen. Als de functionerende ik voorop staat, verstop ik me voor de zware kant, doe ik alsof die niet bestaat. En als de zware ik aanwezig is, kan ik me niet voorstellen dat de functionerende kant nog bestaat.
Dus nu ga ik een zoektocht aan. Waar zit dat plekje waar beide ikken elkaar kunnen ontmoeten? Hoe kunnen deze beide kanten zich verhouden tot elkaar, respect hebben voor elkaar en elkaar de ruimte laten? Het antwoord heb ik nog niet, maar ik ga de zoektocht aan.
zondag 8 november 2020
Ik heb niet de kracht, ik móet
Een terugval, een gigantische terugval. Door een hele nare situatie gaat het slecht met me. Het voelt alsof ik weer terug ben bij af, bij waar ik ooit startte op de bodem van de put.
Ik doe alles wat ik moet doen: Ik sta elke dag op tijd op en ga op tijd naar bed. Ik eet redelijk fatsoenlijk, zorg dat ik elke dag naar buiten ga en in beweging blijf. Ik zoek contact met mensen om mij heen en vraag om hulp. Ik slik extra pillen, ook al heb ik een hekel aan pillen. Ik doe alles wat er in een gemiddeld crisissignaleringsplan staat. En ik haat het.
Ik doe, zoals altijd, mijn uiterste best om alles goed te doen. Terwijl in mijn bed liggen, verzorgd worden, of liever nog: verdwijnen, het enige is dat ik nu zou willen. Ik wil niet meer dat het beter gaat, ik wil opgeven. Ik ben zo moe van altijd maar mijn best doen en alles goed doen.
Mensen vinden mij dapper dat ik zo doorzet. Ze vinden mij knap dat ik alles zo goed aanpak. Ik krijg bewonderende woorden dat ik zo goed kan verwoorden wat er in mijn hoofd omgaat. Maar dat wíl ik helemaal niet. Ik wil het hoopje ellende en wanhoop kunnen zijn dat ik me voel. Maar dat mag ik niet van mezelf, want ik moet alles goed doen. Ik móet goed voor mezelf zorgen en zo mezelf weer op de been helpen. En zo zet ik mezelf klem, ik kan geen kant op.
Ik zie wat het me oplevert, mijn
leven gaat door, het helpt me hopelijk om ook weer uit deze put te komen. Verstandelijk
weet ik dat het goed is wat ik doe, maar mijn gevoel zegt dus iets anders. Dus
nu ga ik op zoek naar hoe ik mijn verstand en gevoel beiden de ruimte kan geven
die ze nodig hebben, zodat ik uiteindelijk weer een midden vind tussen willen
en moeten.
zondag 25 oktober 2020
Ik ben anders
Al vanaf mijn jongste jeugd pas ik niet in de groep. Op school niet, op sporten niet, altijd voelde ik me een buitenstaander. Net als alle mensen had ik de behoefte om ergens bij te horen, maar ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Ik deed mijn uiterste best om erbij te horen, maar het lukte niet. Ik was eenzaam.
zondag 23 augustus 2020
Ze worden ouder
Het begint ze op te vallen dat ik, in tegenstelling tot veel andere mama's, in de middag regelmatig in bed kruip. Dat vinden ze nu eigenlijk ook wel een beetje vreemd en onhandig. Ze willen het liefst de hele dag elke seconde mijn aandacht, dus als ik in bed lig is dat niet gezellig. En waarom ben ik zo moe dat ik 's middags moet slapen en andere mama's niet? Ik weet niet of er nog meer zaken zijn die ze opvallen. Overdag gaan slapen is natuurlijk duidelijk ander gedrag dan wat de gemiddelde volwassene doet. Maar wat voor 'ander' gedrag vertoon ik nog meer. Zien de kinderen dat ook?
Als ik er over nadenk vermoed ik dat de kinderen verdere gedragingen niet bewust meemaken. Ik ben, net als iedereen, een optelsom van heel veel verschillende eigenschappen. Tussen al die verschillende eigenschappen zitten ook de depressieve kenmerken. Maar deze staan (in ieder geval op dit moment) niet dusdanig op de voorgrond dat ze zomaar te onderscheiden zijn.
Dit leidt mij weer tot de vraag wat nu het juiste moment is om de kinderen (iets) te vertellen over 'mijn' depressie. Tot nu toe is mijn conclusie altijd geweest dat de tijd nog niet rijp was. Ze zijn nog te jong, kunnen het nog niet begrijpen, ik wil ze niet belasten met mijn problemen, redenen genoeg. Inmiddels zijn ze dus een stukje ouder, maar nog steeds wel erg jong. Het zijn heel empathische kinderen die graag voor anderen willen zorgen. Ik wil niet dat de rollen gaan omdraaien, dat de kinderen de behoefte voelen, zich genoodzaakt voelen om voor mij te zorgen. Anderzijds zal hun gevoeligheid er ook toe leiden dat ze toch wel door hebben dat er iets niet klopt, maar doordat ik ze niks vertel begrijpen ze het niet. Hierdoor kan juist verwarring ontstaan.
Ik weet niet wat wijsheid is, ik kom er niet uit. Ik wil het beste voor mijn kinderen, maar er is niet één goed antwoord in dit verhaal. Wie weet komen de kinderen eerdaags wel met vragen en is dat een goede aanleiding om iets meer te vertellen. Voor nu parkeer ik het nog maar even.