zondag 25 oktober 2020

Ik ben anders

Al vanaf mijn jongste jeugd pas ik niet in de groep. Op school niet, op sporten niet, altijd voelde ik me een buitenstaander. Net als alle mensen had ik de behoefte om ergens bij te horen, maar ik hoorde voor mijn gevoel nergens bij. Ik deed mijn uiterste best om erbij te horen, maar het lukte niet. Ik was eenzaam. 

Als puber is het ontzettend belangrijk om ergens bij te horen. In die periode ontwikkel je je eigen identiteit en dat doe je onder andere door je te vereenzelvigen met een groep en je tegen andere groepen en je ouders af te zetten. Ik kwam in die periode met een groepje outcasts in een vriendinnenclubje. Leuke, aardige meiden en we hoorden er allemaal niet echt bij. En ook dat clubje viel uit elkaar en weer hoorde ik nergens bij. 

Ergens heb ik altijd het vertrouwen gehad dat het nog wel goed zou komen. Dat volwassenen 'volwassen' zouden zijn en ook de mensen die anders dan gemiddeld zijn accepteren. Inmiddels kan ik concluderen dat dat niet zo is. 

Ik weet niet waarom ik anders ben. Is het mijn houding, mijn uitstraling, mijn directheid, mijn slimheid? Zijn het alle copingstrategieën die ik opgedaan heb door de jaren? Het is waarschijnlijk het hele pakketje. 


Ik ben anders
dan de meesten
Zij zijn anders 
Dan ik

Ik pas er niet tussen
Hoor er niet bij
En
Ben alleen

Na jaren proberen 
Geef ik op

En zoek ik anderen
Die anders zijn 
Dan zijn we samen anders


Ik geef het op. Ik ga niet meer proberen om er bij te horen. In ieder geval niet meer bij het 'gemiddelde', bij de 'normalen'. Over de jaren heb ik om mij heen een groepje fijne mensen gevonden die mij kunnen waarderen voor wie ik ben, inclusief mijn 'anders-zijn'. Ik ga me op die fantastische, lieve mensen focussen en de rest... dat is de rest.

zondag 23 augustus 2020

Ze worden ouder

Mijn kinderen worden ouder. Ze zitten inmiddels allebei in de middenbouw van de basisschool, kunnen lezen en begrijpen steeds meer van de wereld. Ze hebben juffen en meesters, vriendjes en vriendinnetjes en gaan naar hun eigen hobby's en sporten. Ze ontwikkelen een eigen, unieke smaak in muziek en kleding. Hun wereld wordt groter en mijn invloed wordt kleiner. Doordat hun wereld groter wordt, zien ze ook meer hoe het er in andere gezinnen aan toe gaat. Dat sommige kinderen meer mogen en andere kinderen minder en dat alle mama's en papa's anders zijn.

Het begint ze op te vallen dat ik, in tegenstelling tot veel andere mama's, in de middag regelmatig in bed kruip. Dat vinden ze nu eigenlijk ook wel een beetje vreemd en onhandig. Ze willen het liefst de hele dag elke seconde mijn aandacht, dus als ik in bed lig is dat niet gezellig. En waarom ben ik zo moe dat ik 's middags moet slapen en andere mama's niet? Ik weet niet of er nog meer zaken zijn die ze opvallen. Overdag gaan slapen is natuurlijk duidelijk ander gedrag dan wat de gemiddelde volwassene doet. Maar wat voor 'ander' gedrag vertoon ik nog meer. Zien de kinderen dat ook? 

Als ik er over nadenk vermoed ik dat de kinderen verdere gedragingen niet bewust meemaken. Ik ben, net als iedereen, een optelsom van heel veel verschillende eigenschappen. Tussen al die verschillende eigenschappen zitten ook de depressieve kenmerken. Maar deze staan (in ieder geval op dit moment) niet dusdanig op de voorgrond dat ze zomaar te onderscheiden zijn. 

Dit leidt mij weer tot de vraag wat nu het juiste moment is om de kinderen (iets) te vertellen over 'mijn' depressie. Tot nu toe is mijn conclusie altijd geweest dat de tijd nog niet rijp was. Ze zijn nog te jong, kunnen het nog niet begrijpen, ik wil ze niet belasten met mijn problemen, redenen genoeg. Inmiddels zijn ze dus een stukje ouder, maar nog steeds wel erg jong. Het zijn heel empathische kinderen die graag voor anderen willen zorgen. Ik wil niet dat de rollen gaan omdraaien, dat de kinderen de behoefte voelen, zich genoodzaakt voelen om voor mij te zorgen. Anderzijds zal hun gevoeligheid er ook toe leiden dat ze toch wel door hebben dat er iets niet klopt, maar doordat ik ze niks vertel begrijpen ze het niet. Hierdoor kan juist verwarring ontstaan.

Ik weet niet wat wijsheid is, ik kom er niet uit. Ik wil het beste voor mijn kinderen, maar er is niet één goed antwoord in dit verhaal. Wie weet komen de kinderen eerdaags wel met vragen en is dat een goede aanleiding om iets meer te vertellen. Voor nu parkeer ik het nog maar even.

 

zondag 9 augustus 2020

Veiligheid

In therapieland is het woord 'veiligheid' een veel gebezigd woord. Je moet je veilig voelen bij je therapeut om te kunnen vertellen wat je denkt en voelt. Maar wat is veilig voelen nou precies? Wanneer voel je je veilig en wanneer niet en hoe weet je dat dan? 

Ik heb er zelf veel mee gestoeid en het is nog regelmatig onderwerp van gesprek in therapie. Voor mij heeft veiligheid in therapie veel te maken met vertrouwen. Ik voel mij veilig als ik erop durf te vertrouwen dat mijn therapeut mij serieus neemt, mij niet uitlacht. Ik wil weten dat ik niet weggestuurd word als ik een keer iets verkeerd zeg, dat ik er mag zijn met al mijn gewoonten, goede en slechte.
Ook authenticiteit is voor mij heel belangrijk. Ik wil er vanuit kunnen gaan dat mijn therapeut eerlijk en open is tegen mij en dat ze geen verborgen agenda heeft. Dit is een lastig punt, want hoe kom ik er achter of dit écht zo is? Tenslotte kan iedereen wel zeggen dat 'ie eerlijk is, maar dat maakt het nog niet waar. 

Vertrouwen en veiligheid moet groeien, het is er niet van de ene op de andere dag. Voor mij kost(te) dat groeien van vertrouwen veel energie. In het verleden is mijn vertrouwen vaak beschaamd, en dan in het bijzonder door hulpverlening die er niet voor mij kon of wilde zijn. Dus elke therapeut staat voor mij sowieso één - nul achter.
Wat mij heeft geholpen is dat mijn therapeut heel consistent is geweest. Over het algemeen zegt ze wat ze doet en doet ze wat ze zegt. Ik kan haar niet betrappen op tegenstrijdigheden in wat ze zegt. Ook mag ik boos op haar zijn, dwars zijn en eigenwijs doen, ik mag nog steeads terugkomen.

Maar dat betekent nog niet dat ik haar dus vertrouw. Want mijn verleden zit me dwars. Ik ben geneigd achter elk gebaar, elke gezichtsuitdrukking, elk woord iets te zoeken. Als iets op meerdere manieren te interpreteren is, kies ik snel de meest negatieve mogelijkheid. Communicatie is helaas nooit eenduidig, dus er ontstaat met enige regelmaat een kleiner of groter misverstand. In het begin durfde ik daar niks over te zeggen en liep ik tijden rond met een ongemakkelijk, angstig gevoel. Na een tijdje zakte dat wel weer, maar echt de diepte ingaan lukte vaak niet. Nu, na een aantal járen, kan ik er met haar over praten als iets in mijn hoofd een eigen leven gaat leiden. Dat betekent niet dat de angst weg is, maar ik kan het beter hanteren. Misverstanden zullen er altijd blijven, en hoewel die misverstanden veel spanning oproepen geeft het me ook een kans. Het geeft me de kans om te oefenen met meer vertrouwen, me veiliger te leren voelen.

Doordat het steeds beter lukt om erop te vertrouwen dat het goed is, kan ik steeds verder de diepte in binnen de therapie. En uiteindelijk zal ik er wel komen...